-d- of -t- ?

Werkwoordspelling en t kofschip

D of T, hoe maak je de uitste keus. Dit gaat over werkwoordspelling van regelmatige werkwoorden. En het ezelsbruggetje wat iedereen leert, namelijk ’t kofschip. ’t Ex-kofschip want een kofschip bestaat immers niet meer of ’t sexy fokschaap. Ja het is één en hetzelfde ezelsbruggetje dat ervoor gemaakt is om te begrijpen of er in de verleden tijd (of in het voltooid deelwoord) een -d- of een -t- moet. In ieder geval gaat het alleen om de medeklinkers en nooit om de klinkers.

Technisch taalpraatje

Het gaat om de medeklinkers in deze ezelsbrug. Die zijn stemloos. Stemloos is het tegenovergestelde van stemhebbend. Stemhebbende klanken kun je voelen als ze uitspreekt en je legt je hand op je keel. Je voelt je stembanden dan trillen; bij het woord zeven trillen je stembanden bij alle letters. Alle klanken behalve zijn dus stemhebbend. Bij sommige klanken trillen je stembanden niet, die zijn stemloos en komen overeen met de medeklinkers in ’t kofschip.
In het Nederlands hebben we alle klanken aan letters of lettercombinaties gekoppeld. Vandaar dat ’t kofschip uit letters bestaat, maar de eigenlijke regel gaat over klank. Als je dat weet, is de uitbreiding naar sexy fokschaap eigenlijk onzin, want de letter -x- eindigt met een s-klank en zit dus al in ’t kofschip.

Werkwoordspelling stap voor stap

Hoe je een werkwoord vervoegt, hangt af van het onderwerp en de tijd. Ik begin met de verleden tijd maar voor de volledigheid van dit artikel, schrijf ik ook kort over de tegenwoordige tijd.

We gaan uit van de infinitief.

1 haal de laatste -en- eraf

2 kijk naar de laatste letter
3 zit de klank van deze letter in ’t kofschip?
4 ja – onthoud -t- / nee- onthoud -d-
5 schrijf de ik-vorm op van het werkwoord
6 is het enkelvoud of meervoud?
7 enkelvoud – schrijf na de ik-vorm -te- of -de-
meervoud – schrijf na de ik-vorm -ten- of -den-

voorbeelden

infinitief stap 1 stap 2 stap 3 stap 4 stap 5

stap 6

stap 7
wachten wachten wacht ja -t- wacht

?

wacht + te / ten
dromen dromen drom nee -d- droom

?

droom + de / den
blozen blozen bloz nee -d- bloos

?

bloos + de / den
beloven beloven belov nee -d- beloof

?

beloof + de / den

Tegenwoordige tijd  -t- erbij of niks erbij: de keus tussen d of t is er niet.

Toch ook nog maar even iets over de tegenwoordige tijd, hoewel dat dus helemaal niks met ’t kofschip te maken heeft.

Je kijkt naar het onderwerp, dus naar degene die het doet. Dat kan zijn: ik, jij, je of u, hij of zij / ze
Na ik in de tegenwoordige tijd komt de ik-vorm en sommigen noemen dat de stam. Zie ook stap 5 in het schema hierboven. Dit is het uitgangspunt.

We gebruiken het voorbeeldwoord dromen

Enkelvoud
Ik droom droom ik
je droomt – stam + t droom je
jij droomt – stam + t droom jij
u droomt – stam + t droomt u
hij droomt – stam + t droomt hij
zij droomt – stam + t droomt zij
ze droomt – stam + t droomt ze

Meervoud
wij dromen dromen wij
we dromen dromen we
jullie dromen dromen jullie
u droomt droomt u
zij dromen dromen zij
ze dromen dromen ze

Na ik komt dus alleen de stam en verder niets. Bij je of jij als onderwerp komt er alleen een -t- achter als je of jij voor het werkwoord staat. Als het erna komt, gebruik je altijd de ik-vorm. Maar pas op met woorden als je vader of de dochter; je vader is hij en je dochter is zij of ze en daarom komt er wel een -t- achter.

Het meervoud in de tegenwoordige tijd is gemakkelijk. Daar komt gewoon -en- achter en je schrijft het hetzelfde als de infinitief. Alleen de vervoeging met u wijkt af.

Check de tijd

Sommige woorden zijn echte instinkers. Het gaat dan vooral om woorden met een voorvoegsel zodat je niet goed kunt zien of het een voltooid deelwoord is of tegenwoordige tijd.

Ezelsbruggetje hierbij is dat je het werkwoord dat je checkt vervangt door het werkwoord fietsen. Komt er -ge- bij, dan is het dus een voltooid deelwoord.

Hij heeft het beloofd, wordt hij heeft het gefietst, dus voltooid deelwoord

Hij belooft zo vaak iets, wordt hij fietst zo vaak iets, dus tegenwoordige tijd.

voorbeeld: beloven met be-
ontketenen met ont-
verdorren met ver-
gebeuren met ge-

Bij deze woorden gebeurt er namelijk iets in je hersenen. Iedereen weet dat spelling niet alleen maar een kwestie is van regeltjes toepassen. Veel woorden moet je namelijk gewoon uit je hoofd leren. Dat is gemakkelijker dan telkens weer de regels bedenken over of het woordje goed of moet met een -d- of een -t- moet.
De woorden uit het bovenstaande voorbeeld zijn vaak met een -d- opgeslagen in de hersenen omdat ze het meest als voltooid deelwoord gebruikt worden. Maar ook deze woorden hebben een tegenwoordige tijd die met een -t- geschreven moet. In dat geval moet je dus extra nadenken. Wat je in ieder geval moet onthouden over de tegenwoordige tijd is: ER KOMT NOOIT EEN -D- BIJ! Sorry voor het schreeuwen.

Vaktaal uitgelegd

Zo, dat is een hoop vaktaal en als blogger gebruik je dat alleen maar als je er ook uitleg bij geeft.
Dus nu alle vaktaal op een rijtje:

werkwoordspelling hoe je de werkwoorden moet schrijven
werkwoord ook bekend als doe-woord op de basisschool, geeft aan wat je doet
regelmatig werkwoord je kan de verschillende tijden van het werkwoord maken door vaste regels te gebruiken
onregelmatig werkwoord je moet de verschillende vormen uit je hoofd leren
ezelsbruggetje een manier om op een makkelijke manier iets te onthouden, maar soms wordt het er alleen maar moeilijker van
verleden tijd geeft aan dat het al gebeurd is
voltooid deelwoord geeft ook aan dat het al gebeurd is maar wordt gemaakt met een hulpwerkwoord en het voorvoegsel -ge-
hulpwerkwoord voor werkwoordspelling: de werkwoorden hebben of zijn om het voltooid deelwoord mee te maken
voorvoegsel een paar letters die voor het woord komen
klinker klank die vrij uit je mond komt met de letters A-E-I-O-U-Y
medeklinker de andere letters van het alfabet en ook de -y- in een woord als yoghurt
vervoegen elke keer verandert het woord een beetje
onderwerp in dit geval geeft het antwoord op wie het doet
infinitief het hele werkwoord zoals je een werkwoord noemt als je erover praat
enkelvoud er is één persoon die het doet
meervoud meer personen doen het

En hier is de herhaling nog eens